Wat valt op? Allereerst dat er aanzienlijke variatie is, zowel in penislengte als in vingerverhouding. De streep laat zien dat er een verband is tussen de twee. Hoe kleiner de vingerverhouding (dus hoe korter de wijsvinger ten opzichte van de ringvinger), hoe langer de piemel. Maar wacht even. Wat is dit voor merkwaardig gevormde puntenwolk?

Linksboven staan vijf punten er wat verloren bij. Die wijken enorm af van de rest, en ik vraag me sterk af of de lijn niet horizontaal zou lopen als deze reuzenpiemels niet mee zouden doen. Zijn het reële resultaten of vergissingen? Of zou degene die de penismetingen verrichtte hier extra hard hebben getrokken, na een stiekeme blik op de hand van de operatiepatient? Geen idee. Maar deze rare meetpunten roepen in elk geval twijfels op.  Helaas zeggen de auteurs niets dat die twijfel wegneemt.  

Nou ja. Een ander bijzonder resultaat: de onderzoekers zagen dat er een verband was tussen de lengte van de slappe penissen en de mate waarin ze uitgerekt konden worden. Hoe kleiner, hoe rekbaarder. Dat zal sommige mensen niet verbazen. Of dat ook betekent dat ze zich in erecte toestand kunnen meten met de groten, wil je nu weten? Dat is niet zeker.

Maar het zou kunnen, want uitgerekte piemellengte is in ieder geval wel sterk gecorreleerd met stijve piemellengte. Dat is wetenschappelijk onderzocht. Tja, de grootte van een erectie, dat is waar het uiteindelijk om draaide in dit onderzoek. Maar dat stuitte op praktische bezwaren, zo vlak voor een operatie, en misschien ook wel op schaamte. Tot slot een kleine troost voor mannen die hun penis onder de maat vinden en die constateren dat hun wijsvinger inderdaad langer is dan hun ringvinger. Hun vingerverhouding wijst volgens eerder onderzoek op een sterk verkleinde kans op prostaatkanker.

In Ho Choi e.a.: Second to fourth digit ratio: a predictor of adult penile length. In: Asian Journal of Andrology, Juli 2011