Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
rendieren

Een virus dat zevenhonderd jaar geleden in de maag, en vervolgens in de uitwerpselen van een rendier terecht kwam, is nieuw leven ingeblazen. In een laboratorium is er opnieuw een plant mee geïnfecteerd.

Het Noord-Canadese Selwyn-gebergte is een hooggebergte waar veel rendieren voorkomen. In het toendra-landschap bevinden zich veel velden eeuwige sneeuw. De Canadese rendieren verzamelen zich in de zomer graag op zulke ijsplateaus om verkoeling te zoeken en aan muggen te ontsnappen. Vanzelfsprekend laten ze daarbij ladingen poep achter. In de loop der tijd zijn op die manier hele lagen ijs met rendierenuitwerpselen ontstaan; hoe dieper in het ijs, hoe ouder de poep.

rendierpoep

Wetenschappers publiceerden in PNAS over een onderzoek naar zo’n veld eeuwige sneeuw: met een boor maakten ze een diep gat om in de oudste lagen ijs terecht te komen. De ingevroren keutels die werden gevonden werden onder de microscoop gelegd om te kijken of er bruikbaar erfelijk materiaal in te vinden was. En dat was er: de onderzoekers troffen nucleïnezuren – bouwstenen van DNA – aan van een eeuwenoud virus. Naar alle waarschijnlijkheid heeft een rendier eeuwen geleden een geïnfecteerde plant gegeten, waardoor het virale materiaal in de uitwerpselen terecht zijn gekomen.  

geinfecteerde plant

De wetenschappers slaagden er in om het virus te reconstrueren en er een plant mee te infecteren. Op het plaatje zijn geïnfecteerde bladeren te zien (oranje pijl), en is te zien dat de plant nieuwe blaadjes aanmaakt waarin het virus is genesteld (witte pijl). Met het infecteren van de plant tonen de wetenschappers twee dingen aan: dat erfelijk materiaal in zulke ijzige omstandigheden de tand des tijds kan doorstaan, maar ook dat het mogelijk is om van die genomen opnieuw een virus te maken dat organismen ziek kan maken.

Het is niet het eerste virus dat op een – op zijn zachtst gezegd – bijzondere plek werd gevonden. Al eerder werd genetisch materiaal van virussen gevonden in bevroren longweefsel van een ijsmummie, in een zevenduizend jaar oude sedimentlaag van de Zwarte Zee, en in uitgedroogde poep uit een veertiende-eeuwse Belgische latrine.

Samen met de recente vondst in de rendieruitwerpselen dragen de ontdekkingen van oud viraal materiaal bij aan het begrip van de evolutie van virussen. Daar is immers nog niet zo veel over bekend. Rendieruitwerpselen geven de microbiologische wereld een steeds gedetailleerder beeld van de diversiteit van virussen, én de manier waarop die bewaard kunnen blijven.

 Terry Fei Fan Ng, et al. Preservation of viral genomes in 700-y-old caribou feces from a subarctic ice path. PNAS (27-10-2014)