Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Pet-scan van genetisch gemodificeerde immuuncellen bij breintumor

Waar gaan onze immuuncellen in ons lichaam naar toe? Dankzij nieuw wetenschappelijk onderzoek zijn we in staat om ze voor het eerst met de scanner in de strijd tegen kanker te zien. Niet alleen fascinerend, maar ook belangrijk.

Je zou het misschien niet vermoeden, maar kankercellen kunnen in de beginfase van hun ontwikkeling door de cellen uit ons immuunsysteem opgeruimd worden. Zo kunnen sommige mensen ongemerkt al eens even één of meerdere kankercellen in hun lichaam hebben gehad, zonder daadwerkelijk tumoren te ontwikkelen.

Helaas gaat het natuurlijk ook vaak mis. Zo kunnen onze immuuncellen de kankercel(len) niet altijd voldoende bestrijden of herkennen ze de kanker zelfs niet. Naast meer traditionele methoden zoals chemo- en radiotherapie, is de wetenschap daarom ook bezig technieken te ontwikkelen die ons immuunsysteem effectiever tegen kanker kunnen doen laten optreden. Deze immunotherapie ziet er veelbelovend uit, maar nog niet alle vragen over de werking ervan zijn opgelost.

Cellen met een radartje

Voor een van die vragen - met name waar de immuuncellen precies naar toe gaan - is de wetenschap al een stapje verder geraakt. Amerikaanse onderzoekers van de Universiteit van Stanford haalden immuuncellen uit de lichamen van een aantal (levende) personen met een agressieve vorm van hersenkanker (glioblastoma genaamd). Deze immuuncellen werden genetisch gemodificeerd zodat ze enerzijds de kankercellen beter zouden herkennen, en anderzijds een eiwit aanmaakten die je met een PET-scanner kunt lokaliseren (het zogenaamde reporter-eiwit).

Om die PET-scanner te kunnen gebruiken moest er wel nog een extra stap genomen worden. Naast de aangepaste immuuncellen moest er ook een zeer lage radioactieve stof in het lichaam van de patiënten gespoten worden. Want het zijn juist de aangepaste reporter-genen in de immuuncellen die veel meer van het stofje in zich opnemen in vergelijking met de genen van andere cellen in het lichaam. Zo maakt dat verschil in stofopname tussen genen in onze cellen het voor de PET-scanner mogelijk om de immuuncellen te volgen.

Zeer nuttig maar (nog) niet perfect

Het lokaliseren van immuuncellen is voor wetenschappers bijzonder nuttig. Zo kwamen de onderzoekers te weten of de immuuncellen een tumor gevonden hadden, hoeveel cellen precies bij de tumor aanwezig waren, en hoeveel van de immuuncellen nog leefden. En verrassend: een paar van de immuuncellen verplaatsten zich ook naar een tumor die de onderzoekers nog niet eerder hadden ontdekt.

Dit is een mooie vooruitgang, maar er zijn momenteel ook nog een aantal limieten. De wetenschappers kunnen nu nog niet echt zien wanneer de immuuncellen zich daadwerkelijk aan de tumoren vastklampen of niet. Bovendien lijken de hersenscans nog niet bijzonder nauwkeurig. Het lokaliseren van eindcellen vraagt dus (net zoals de immunotherapie zelf) nog wat extra onderzoek.

Keu et al., Sci. Transl. Med. 9, eaag2196 (2017)