Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Vriend virus
Als u dacht dat een virus altijd narigheid betekent – wetenschappers hebben een schoolvoorbeeld gevonden van het tegendeel. Al miljoenen jaren lang blijkt een virus broederlijk op te trekken met een wesp.

Het virus en de wesp. Geef toe, het is een nogal bizar duo. Toch blijkt de tropische wesp ‘Cotesia congregata’ het op een akkoordje te hebben gegooid met een virus genaamd PDV. Al zo’n zeventig miljoen jaar lang maakt het duo de tabaksrups het leven zuur. Zo’n stabiele en langdurige vriendschap tussen een insect en een virus is nog niet eerder ontdekt, melden Franse biologen deze week in het blad Science. De wesp plant zich voort door eitjes te injecteren in de rups. Komen de eitjes eenmaal uit, dan vreten de wespenlarven zich een weg naar buiten en bouwen ze een cocon op de rug van de rups. Daar komen uiteindelijk wespen uit. Maar voor het zover is, voeden de larven zich met rupsenvlees. Uiteraard worden de larven aangevallen door het immuunsysteem van de rups. En daar komt het virus van pas. De wesp spuit het samen met de eitjes in, als een natuurlijk pesticide. Het virus verzwakt de afweer van de tabaksrups. De rups wordt zodoende getroffen door dubbel onheil: niet alleen groeien er wespen uit zijn lijf, hij wordt ook nog eens ziek. Dat de symbiotische relatie tussen de wesp en het virus al zo lang stand houdt, is maar een halve verassing. Er zijn meer voorbeelden bekend van samenwerking tussen virussen en levende wezens. Zo is het feit dat mensen zetmeel proeven als zoet te danken aan een ‘retrovirus’ dat zich lang geleden heeft ingebouwd in ons DNA. En de suikerbietziekte rhizomanie wordt veroorzaakt door een virus dat een verbond heeft gesloten met een grondschimmel. Niet eerder werd de vriendschap met een virus echter in zoveel detail bestudeerd als nu. Eric Espagne van de Universiteit van Tours en collega’s analyseerden het DNA van het wespenvirus en ontdekten dat het nauwelijks meer het predikaat ‘virus’ verdient. Het virus is aan alle kanten doordrenkt met stukken wespen-DNA. Zodoende is het bijna letterlijk verlengstuk geworden van de wesp. “De organisatie van het genoom lijkt meer op die van een eukaryoot (een wezen met een celkern – red.) dan van een virus,” aldus de Fransen. Dat doet denken aan een ander beroemd geval van symbiose – die tussen planten en dieren en hun ‘mitochondriën’, de energieproducerende lichaampjes die ook wij in onze cellen hebben. Ooit waren mitochondriën zelfstandig levende bacillen die op een zeker moment in onze cellen gingen wonen. Ook tussen celkernen en mitochondriën bestaat tot op de dag van vandaag een levendige uitruil van genen. De zaak van de wesp en het virus kan nog handig zijn voor de landbouw. Wat een wesp kan, kan een mens natuurlijk ook. Het virus wordt al enige jaren onderzocht op zijn merites als landbouwgif. Zo bestaan er al genetisch gemodificeerde gewassen die een gen ingebouwd hebben dat afkomstig is van het wespenvirus. De planten hebben inderdaad minder last van rupsen. Een andere mogelijkheid is dat de DNA-overdracht nog eens van pas kan komen in de geneeskunde. Daar zit men immers te springen om goede ‘vectoren’: virussen die stukjes DNA kunnen bezorgen in onze cellen, als daar een defect is ontstaan. Wie weet kan de mens het ook op een akkoordje gooien met het wespenvirus.

Maarten Keulemans

Bron: Eric Espagne, Catherine Dupuy, Elisabeth Huguet, Jean Michel Drezen et al.: “Genome sequence of a polydnavirus: insights into symbiotic virus evolution.” In: Science, Vol. 306, 286-289 (2004)