Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Groot Nationaal Onderzoek

De drie wetenschappers achter het GNO zijn ondertussen een aantal maanden bezig met hun analyse. Er is een enorme hoeveelheid data verzameld met de tests. Wat zijn de opmerkelijke ontdekkingen tot nu toe?

Even goed
Zijn vrouwen beter dan mannen in het herkennen van emoties? Het wordt doorgaans als waarheid aangenomen. Uit de GNO-tests bleek dat vrouwen hun vaardigheid emoties te herkennen hoger inschatten dan mannen. Uit de werkelijke antwoorden komt echter een ander verhaal naar voren. Mannen en vrouwen zijn even goed!

Er bleek geen wezenlijk verschil tussen mannen en vrouwen te zijn bij het herkennen van een emotie in de weergegeven gezichten. Beiden herkenden duidelijk de emotie die werd weergegeven. Er is wel een kleine nuancering noodzakelijk: vrouwen waren iets preciezer. Mannen zagen vaak ook nog andere emoties, zoals een beetje verbazing in een bang gezicht. Vrouwen waren exacter in het benoemen van de juiste emotie.

Angst was het moeilijkst te herkennen van alle emoties. Het werd vaak verward met verbazing. “Angst en verbazing lijken op elkaar. In beiden zit een onverwacht element en de verschillen zijn subtiel,” legt sociaalpsycholoog Agneta Fischer uit. “Bij angst zit er meer spanning op de kaken en zie je meer rimpels.” Angst werd wel iets beter herkend door vrouwen. Zij zagen er minder vaak verbazing bij. Ook bij boosheid zagen vrouwen minder vaak walging.

Primers
Heeft je eigen stemming invloed op je vaardigheid om emoties te identificeren? In de tweede online test werden ‘primers’ gebruikt. Dit zijn afbeeldingen die je te zien krijgt voor een opdracht en je antwoorden mogelijk beïnvloeden. Er waren primers die je een positief gevoel gaven: een zonnig strand bijvoorbeeld. Maar ook negatieve primers die angst opriepen (een beer) of irritatie (een file). Daarnaast waren er neutrale primers, zoals een tafel.

Uit eerder onderzoek met primers is al gebleken dat deze afbeeldingen inderdaad de antwoorden beïnvloeden. “Na een zonnig strand ga je negatieve emoties minder negatief interpreteren,” legt Agneta Fischer uit. “Als een gezicht voor meerdere interpretaties vatbaar is, dan heeft zo’n plaatje invloed op de manier waarop je het gezicht interpreteert.” Na een beangstigende foto van een beer, interpreteer je een bang gezicht als nóg banger. Je eigen gevoel heeft dus invloed op de manier waarop jij naar de emoties van anderen kijkt.

Abstractie

In de tests werd afwisselend gebruik gemaakt van mensen, avatars en iconen om een emotie uit te beelden. “Mensen hadden de meeste juiste antwoorden bij de foto’s van mensen en het minst bij de avatars. De iconen waren iets beter herkenbaar dan de avatars,” vertelt Joost Broekens, die de avatars voor de tests gemaakt heeft. “Een afbeelding is een momentopname. Mogelijk heb ik bij de avatars soms net een frame genomen waar iets te weinig informatie in zat om een emotie goed te kunnen benoemen.”

emoticons

In een test kreeg je altijd alleen één van die drie soorten afbeeldingen te zien, in dezelfde intensiteit. Dat wordt ‘between subject’ genoemd. Door de soorten niet door elkaar te gebruiken, kunnen de deelnemers de emoties niet aan elkaar relativeren. Als je heel erg boze mensen ziet en daarna een minder boos kijkende avatar, ga je deze twee met elkaar vergelijken en de avatar waarschijnlijk minder hoog op boos scoren. Door vergelijken onmogelijk te maken, kunnen de onderzoekers de resultaten beter vergelijken. Wordt een avatar die een beetje boos kijkt even goed herkend als boos als een heel erg boos kijkend mens?

“Hoe abstracter het medium, hoe minder de invloed van de intensiteit,” voegt Joost toe. “Je moet een avatar of icoon heel overdreven intens maken voor de duidelijkheid. Je weet namelijk niet wat de ‘maximale intensiteit’ is van zo’n abstracte afbeelding. Bij een mens weet je wel ongeveer hoe boos of verdrietig iemand kan kijken, maar bij een abstracte afbeelding is dat moeilijk of helemaal niet in te schatten.”

Ouderen
Zijn ouderen beter of slechter in het herkennen van emoties dan jonge mensen? Uit de GNO-data tot nu toe lijkt het erop dat ze iets slechter zijn dan jonge mensen. Deze observatie is ook al in eerder onderzoek gedaan. Het is echter nog onduidelijk waarom dit zo is. Een mogelijke verklaring is dat ouderen meer focussen op het luisteren naar het verhaal en minder goed naar het gezicht en de ogen kijken. Waarom zouden ouderen minder goed in het herkennen van emoties? Wie kan de wetenschap nieuw inzicht brengen?

In de komende maanden zullen we je op de hoogte houden van nieuwe resultaten en conclusies. De onderzoekers zijn nog steeds druk bezig met de analyse van de immense hoeveelheid data. Op 7 december ging Labyrint over de resultaten van dit Groot Nationaal Onderzoek. In 2012 start het tweede GNO over slaap in samenwerking met het Slaapregister en de Vrije Universiteit. Wil je hier niets van missen? Geef je dan op voor de nieuwsbrief!