Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Bladzijde: tekening fasen van de maan, door Abu Rayhan Al-Biruni

In de Middeleeuwen stond de islamitische wereld wetenschappelijk op een hoger plan dan Europa. Maar ten tijde van de wetenschappelijke revolutie in Europa haakte die wereld af, en liep de achterstand nooit meer in.

Onze moderne wereld is bovenal het product van de wetenschappelijke revolutie die in de zeventiende eeuw begon in Europa. De opkomst van natuurwetenschap en techniek culmineerde in de industriële revolutie, waardoor Europa rijk en machtig werd en het grootste deel van de wereld kon koloniseren. Maar waarom gebeurde dat juist toen? En waarom hier?
Gedurende de Middeleeuwen leek het islamitische rijk, dat zich uitstrekte van Pakistan in het oosten tot aan Zuid-Spanje in het westen, de betere papieren te hebben. Bagdad, Damascus, Cairo en Cordoba waren centra van geleerdheid waar christelijk Europa in die tijd niet aan kon tippen. De driedelige documentaire Science and Islam beoogt dat rijke erfgoed weer naar boven te halen. Aan het begin van aflevering 1 stelt de Engels-Irakese presentator Jim Al-Khalili, in het dagelijks leven hoogleraar natuurkunde aan de universiteit van Surrey, de vraag : ‘Zijn er middeleeuwse moslimwetenschappers, die in één adem genoemd dienen te worden met Galileo, Newton of Einstein?’

Wat volgt, is een evocatieve rondgang langs de monumentale overblijfselen van dat gouden tijdperk. Het staat buiten kijf, dat de islamitische wereld lange tijd de schatbewaarder is geweest van de kennis van de oude Grieken en Indiërs, die anders misschien voorgoed verloren zou zijn gegaan, want in Europa wist men in de Middeleeuwen van niets.
Maar wat hebben islamitische geleerden daar zelf aan toegevoegd? De lof die westerse intellectuelen hen toezwaaien, doet soms denken aan trotse ouders die een klein kind de hemel in prijzen. In aflevering 2 reconstrueert de presentator tot in detail de methode die de tiende-eeuwse Perzische geleerde Al-Biruni gebruikte om de grootte van de aarde te bepalen. Het komt er op neer dat je met hoekmetingen eerst de hoogte van een berg aan zee berekent, en vervolgens de zogeheten kimduiking van de horizon als je op de top van die berg staat.
Dit wordt gepresenteerd als een geniale prestatie, hoewel de Griek Eratosthenes al duizend jaar eerder met een soortgelijke, in de praktijk wat minder nauwkeurige methode de grootte van de aarde bepaald had. Het geniale zit hem in het idee dat het überhaupt mogelijk is om met lokale observaties de omvang van de aarde te bepalen, maar dat komt dus op het conto van Eratosthenes. Vervolgens is de benodigde wiskunde heel simpel, tegenwoordig berekent een beetje handige vwo-scholier dit in een kwartiertje. Nauwkeurige metingen doen is wat bewerkelijker, maar eveneens ruimschoots binnen bereik van het middelbareschoolpracticum.

Knap werk
Al-Khalili besteedt ook veel aandacht aan de islamitische astronomen die voortbouwden op het erfgoed van Ptolemaeus. In de eerste eeuw na Christus bedacht Ptolemaeus een gecompliceerd wiskundig systeem om de bewegingen van de planeten aan de hemel te beschrijven. In dat systeem staat de aarde in het centrum en draaien de zon en de planeten daar omheen, in overeenstemming met wat iedereen toen geloofde. Islamitische astronomen hebben uitvoerig gestudeerd op dit ptolemaeïsche systeem, nauwkeurige waarnemingen gedaan, en sommigen uitten zelfs hun twijfels of dit systeem wel reeël was. Maar geen van hen zette de stap die pas echt revolutionair geweest zou zijn, namelijk de zon in het centrum plaatsen en de aarde en de planeten daar omheen laten draaien. Die doorbraak komt op naam van de Europeaan Copernicus. Al-Khalili betoogt, waarschijnlijk terecht, dat het werk van deze astronomen een inspiratiebron is geweest voor Copernicus, maar het gaat te ver om dan maar te claimen, zoals hij doet: ‘Copernicus was de laatste van de islamitische astronomen.’
Hetzelfde geldt voor meer geleerden die Al-Khalili opvoert, zoals Alhazen (965-1040) en zijn theorieën over optica. Knap werk voor die tijd, en mooi dat het in Science and Islam nog eens voor het voetlicht wordt gebracht. Maar voor baanbrekende uitvindingen – de microscoop en de telescoop – moet je toch weer in Europa zijn.
De vraag die Jim Al-Khalili aan het begin van zijn zoektocht stelt, heeft daarom een duidelijk antwoord: ‘nee’. De islamitische cultuur heeft geen figuren van het kaliber Copernicus, Galileo, Newton, Darwin of Einstein voortgebracht. De echte doorbraken vonden allemaal in Europa plaats.

Blinde vlek
Tegen het eind van de serie wordt geconstateerd dat de wetenschap in de islamitische wereld aan het eind van de middeleeuwen in verval raakte. Niet alleen werden de echte ontdekkingen voortaan in Europa gedaan, maar zelfs het adopteren van elders ontwikkelde technologieën lukte niet meer, en dat geldt tot op de dag van vandaag. Islamitische landen vertonen op alle relevante graadmeters een enorme achterstand op het Westen en op niet-islamitisch Azië. Op ranglijsten van universiteiten komt bij de eerste 150 geen enkele universiteit in een islamitisch land voor. Van de ruim 800 Nobelprijswinnaars zijn er elf geboren in een islamitisch land, maar negen daarvan wonnen de prijs voor de vrede of voor literatuur. De Pakistaan Abdus Salaam (natuurkunde) en de Egyptenaar Ahmed Zewall (scheikunde) brachten hun werkzame leven vooral door in de vs en in Groot-Brittannië.

Tekenend zijn ook de pisa-scores, die internationaal het kennisniveau van schoolkinderen vergelijken. Hoewel het onderwijsniveau sterk samenhangt met welvaart, bungelt het schatrijke Qatar helemaal onderaan de ranglijsten voor natuurwetenschap en wiskunde, en ook de overige islamitische landen zitten diep in de achterhoede.
Is de islam zelf de oorzaak voor het falen van islamitische landen om een moderne kennismaatschappij te realiseren? Heeft de obsessie met de Koran als het enige boek dat er toe doet, waar alles wat het weten waard is al in staat, misschien iets te maken met het gebrek aan kritisch denken en geestelijke vrijheid waar een kennismaatschappij niet buiten kan? De kwestie lijkt een blinde vlek onder islamologen.

Science and Islam (afl. 1-3)
o.a. maandag 5 okt, NPO Doc, 23.00-2.00 uur
Zie ook NPODoc