Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
molrat

Naakte molratten zijn onooglijke dieren, maar ze worden wel uitzonderlijk oud en krijgen nooit kanker. Hoe kan dat? Het raadsel rond hun ongevoeligheid voor kanker lijkt nu opgelost. De sleutel zit hem in dikke suikerketens tussen de cellen van de beestjes.

Ze zijn kaal, rimpelig, hebben piepkleine en praktisch blinde ogen, lelijk uitstekende tanden en leven ondergronds. Naakte molratten kun je met recht een van de minst aantrekkelijke zoogdieren ter wereld noemen. Toch heeft het ook zo z’n voordelen om een naakte molrat te zijn. Deze diertjes worden namelijk uitzonderlijk oud voor een knaagdier (30 jaar). In die tijd verouderen hun cellen, anders dan bij andere dieren, niet tot nauwelijks. En, ook opmerkelijk: ze krijgen nooit kanker.

Deze bijzondere eigenschappen maken naakte molratten tot gewilde onderzoeksdieren. Waarbij de hoop uiteraard is dat het ophelderen van deze eigenschappen iets oplevert waardoor ook wij mensen langer gezond kunnen leven. Het raadsel rond de kankerresistentie van de diertjes lijkt nu inderdaad opgelost, zo valt te lezen in het blad Nature. Maar, om alvast een kleine teleurstelling te verklappen: mensen zullen daar weinig aan hebben.

Hypergevoelig

Het kankerraadsel is opgehelderd door een groep biologen van de Amerikaanse University of Rochester, onder leiding van Andrei Seluanov. Zijn groep toonde een paar jaar geleden al aan dat de kankerrestistentie van naakte molratten waarschijnlijk iets te maken heeft met het feit dat de cellen van dit dier hypergevoelig zijn voor contact met andere cellen. Zodra ze merken dat er veel andere cellen in de buurt zijn, oftewel dat het erg druk wordt, stoppen ze met delen. Cellen van andere dieren doen dit ook. En ook bij andere dieren is dit een belangrijk mechanisme om ongecontroleerde celgroei oftewel kanker te voorkomen. Maar omdat het mechanisme bij molratten zo veel sterker, is hun bescherming tegen kanker ook veel groter, was destijds het idee. De vraag bleef echter open: hoe kan het dat de cellen van naakte molratten al zo veel sneller vinden dat het te druk wordt?

Het antwoord op die vraag lijkt nu te schuilen in suikerketens die buiten de cellen liggen. Cellen zwerven nooit zomaar in het niets rond; ze bevinden zich in een zogenoemde matrix. Die matrix is opgebouwd uit moleculen die de cellen zelf uitscheiden. Bij proeven met celkweekjes van naakte molratten en enkele andere diersoorten, merkte Seluanov dat de vloeistof waarin molratcellen waren opgelost op een gegeven moment ongewoon stroperig werd. Bij de vloeistof met cellen van andere dieren gebeurde dit niet.

Stroperig eiwit

Verder onderzoek liet zien dat die stroperigheid komt doordat naakte molratten iets andere matrix-moleculen uitscheiden dan andere dieren. Een van de belangrijkste moleculen in de matrix tussen cellen bestaat uit stevige suikerslierten en heet hyaluronan. Naakte molratten blijken extra grote hyaluronan-ketens aan te maken, en bovendien extra veel. Dit maakte de kweekvloeistof in Seluanovs lab stroperig. En: dit zorgt er ook voor dat de matrix tussen de cellen in het lijf van naakte molratten extra dik en stevig is. Zou dit zijn waarom de cellen van deze dieren zo snel het seintje doorkrijgen ‘het wordt hier te vol, stop met delen’?

Om dat te controleren deden de Amerikaanse wetenschappers verschillende proeven met zowel gekweekte cellen als levend weefsel van molratten. Als de onderzoekers een enzym toevoegden dat hyaluronan afbreekt, bleken de cellen opeens wel ongecontroleerd te kunnen gaan groeien, en werden de diertjes dus wel gevoelig voor kanker. Daarmee lijken de suikerslierten tussen de cellen dus de sleutel tot het kankergeheim van de dieren te zijn.

Maar, zoals gezegd, helaas hebben wij mensen hier niet heel veel aan. Naakte molratten maken dus niet zomaar een stofje aan dat kanker remt, en dat wij ook bij onszelf zouden kunnen inspuiten. Het draait uiteindelijk om de structuur van hun weefsels. En dat is iets wat je niet zomaar verandert.