Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
evolutie van de mens

Ooit was de mens het kansarme neefje van de bonobo en de chimpansee, terwijl we nu de wereld overheersen, al mag je dat van evolutiebiologen niet zeggen. Wat maakt de mens uniek?

 

Elke generatie heeft behoefte aan zijn eigen scheppingsevangelie.
Human Universe, gepresenteerd door Brian Cox, is een vijfdelige BBC-serie die nu ook in Nederland op televisie komt. De serie vertelt de opkomst van de mensheid: hoe de mens twee miljoen jaar geleden in Oost-Afrika ontstond uit een gemeenschappelijke voorouder met de mensapen, hoe de emigratie uit Afrika, circa honderdduizend jaar geleden, leidde tot de landbouw en later de opkomst van steden en cultuur, en hoe tenslotte de doorbraak van wetenschap en techniek, in het zeventiende-eeuwse Europa, uitmondde in de explosieve ontwikkeling tot nu toe. De titel van de eerste aflevering vat het allemaal samen: 'Van aapmens tot ruimtevaarder' ('Apeman-Spaceman').

Qua klankkleur vertoont Human Universe overeenkomsten met een serie uit 1973, The Ascent of Man van Jacob Bronowski. Net als Brian Cox sleepte Bronowski de kijker mee van de savanne in Afrika naar grotschilderingen in Europa, van ruïnes in de jungle naar een raketlanceerbasis, en ook Wagneriaanse muziek en rondwentelende sterrenhemels ontbraken natuurlijk niet.
Bronowski was een ietwat komisch, professoraal type met een Oost-Europees accent, die zich soms liet meeslepen in te diepzinnige metaforen en daarom zelfs mikpunt werd van persiflage door Van Kooten en de Bie. Cox, van origine fysicus, oogt jongensachtiger, en bescheidener. Niettemin, ook in Human Universe is de geschiedenis van de mensheid een epos, een triomftocht van de menselijke geest, die ons evolutionair gezien in een oogwenk van het kampvuur naar het International Space Station voerde.

De chimpansee is geen frivole submens.

Enorme voorsprong

Daar moet je bij evolutiebiologen niet mee aankomen. Henry Gee, redacteur van het vakblad Nature, schreef in The Guardian een honend stuk over de ‘fataal foute’ kijk van Cox op de evolutie. ‘Mensen zijn gewoon een diersoort als alle andere,’ weet Gee, en ‘dat verplichte, bronowskiaanse ontzag en die eerbied voor de menselijke uitzonderlijkheid,’ daar moeten we vanaf. Gee vertolkt het dogma dat evolutie geen richting heeft, en zeker niet omhoog. Beweren dat de mens uniek is, is verderflijk human exceptionalism. Giraffen of mest-kevers zijn net zo goed in wat zij doen als mensen zijn in wat wij doen. Punt.

Maar toch. Is het bijna ongeloofwaardige succes van homo sapiens niet de olifant in de kamer van de evolutiebiologie? Nooit eerder in drie miljard jaar leven op aarde heeft een diersoort zo’n enorme voorsprong genomen, qua intelligentie en veelzijdigheid, en dus macht – zelfs de macht om tegen de evolutie in te gaan. Richard Dawkins, schrijver van The Selfish Gene, wordt vaak verweten dat hij in dat boek een immoreel, nihilistisch wereldbeeld aanprijst, hoewel hij tegen het eind van zijn verhaal schrijft: ‘Puur altruïsme (...) is wezensvreemd aan de natuur en is nooit eerder in de wereldgeschiedenis voorgekomen. Op aarde zijn wij de enigen die in opstand kunnen komen tegen de tirannie van de zelfzuchtige genen.’ Waarom zijn er niet meer diersoorten geweest die ons superieure niveau van bewustzijn ontwikkelden, gezien de enorme overlevingsvoordelen die dit oplevert? Waarom vegeteren enige tienduizenden bonobo’s en chimpansees al een miljoen jaar in hun steeds verder krimpende jungle, terwijl hun buren van destijds nu met zeven miljard exemplaren de hele planeet bevolken en uit nieuwsgierigheid ruimtesondes naar andere planeten sturen?

Aan religie is ook in de 20e eeuw veel denkkracht besteed. (Foto Denis Messié, Flickr)

Wezenlijk anders

Onder wetenschappers zijn zulke ‘waarom’-vragen vrijwel taboe. Cees Dekker is nanobioloog aan de TU Delft, maar ook actief christen. ‘Superieur vind ik een verkeerd woord,’ zegt Dekker, ‘maar voor mij staat vast dat de mens wezenlijk anders is dan elke andere diersoort. Het unieke van de mens is zijn religieuze besef.' Dekker ziet wel wat in de visie van bioloog Simon Conway Morris, die stelt dat de evolutie convergentie vertoont; er zijn ontwikkelingen die telkens weer terugkeren.
Maar als het ontstaan van de mens met bewustzijn en religie was voorbestemd, wie of wat heeft dan zitten morrelen aan de mutaties waar de evolutie op drijft? Dekker: ‘Daar kan ik als wetenschapper niet veel van zeggen. En heel vreemd is dat niet, want er zijn zo veel vragen. Ik geloof bijvoorbeeld ook dat mijn eigen geest inwerkt op mijn lichaam, terwijl ik geen idee heb hoe dat werkt.’

Ook Herman Philipse, hoogleraar filosofie met bijzondere belangstelling voor evolutiebiologie en uitgesproken atheïst, ontkent niet dat religie cruciaal was in de opkomst van de mensheid. ‘Jager-verzamelaars leefden in groepjes van dertig tot zestig mensen, dus iedereen kende elkaar. Toen was moraal zonder religie mogelijk.’ Maar in veel grotere groepen, zoals steden, waar mensen anoniem zijn, is behoefte aan een religie met moreel gezaghebbende goden, die de zonde bestraffen. Een ‘gratis strafrechtsysteem’, noemt Philipse dat.

taal

Taal

Is een mensheid denkbaar die technisch net zo geavanceerd is als wij, maar die geen enkele neiging tot geloof in een opperwezen heeft? Philipse: ‘Daar is onder wetenschappers enorm veel discussie over. Het idee van een almachtige god die het universum regeert via natuurwetten zou mensen op het idee gebracht hebben dat je die natuurwetten kunt ontdekken, wat de aanzet geweest zou zijn tot de wetenschappelijke revolutie. Zelf ben ik daar minder van overtuigd.’

Omgekeerd: is het denkbaar, dat de jager-verzamelaars van toen rond het kampvuur opkeken naar de sterren en religieus bevlogen raakten, maar sindsdien niet wezenlijk verder kwamen? Philipse: ‘Dat is ook gebeurd. De Aboriginals in Australië hebben een geschiedenis die tienduizenden jaren terug gaat, maar die zijn altijd jager-verzamelaars gebleven.’

Het grote verschil tussen dier en mens is volgens Philipse de uitvinding van de taal, en in het verlengde daarvan het schrift: ‘Dat maakt accumulatie van kennis mogelijk, die op de volgende generaties overgaat. Daardoor ontstaat een culturele evolutie die onvergelijkelijk veel sneller is dan biologische evolutie.’ 

Van het schrift weten we ongeveer wanneer het is uitgevonden. Maar van het ontstaan van de taal weten we vrijwel niets, en het lijkt uitgesloten dat we daar ooit meer over te weten komen. Zo blijft juist dat wat ons mensen in zekere zin superieur maakt aan de dieren een eeuwig raadsel.

Focus: Mens en ruimte
Zondag 5 april, NPO 2, 19.15-20.15 uur