Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
De Gazastrook

De meest intuïtieve manier om terroristisch geweld te bestrijden is met geweld. Maar is dat wel effectief? Amerikaanse sociologen hebben geprobeerd dit uit te zoeken, aan hand van een van de meest prominente, langlopende conflicten: dat tussen de Israëliërs en Palestijnen.

Terrorisme is een complex probleem. Er zitten allerlei kanten aan de strijd van, meestal, een minderheid die zich misdeeld of onderdrukt voelt tegen de heersende macht. Maar voor de regering van een land dat lijdt onder terroristische aanslagen is de belangrijkste vraag waarschijnlijk: hoe kunnen we dit stoppen?

De meest intuïtieve reactie is om geweld te bestrijden met geweld. Vanuit de gedachte dat als de prijs voor het plegen van aanslagen maar hoog genoeg is, mensen hier wel vanaf zullen zien. Maar: werkt dit wel? Als terroristische aanslagen met de harde hand vergelden zou werken, zoals wereldwijd in veel conflicten gebeurt, zou je verwachten dat terrorisme inmiddels nauwelijks meer voor zou komen. En dat is niet het geval.

Israël & de Palestijnen
De Amerikaanse sociologen Laura Dugan en Erica Chenoweth besloten een uitgebreid onderzoek te doen naar het effect van terroristische aanslagen vergelden met geweld. Zij vergeleken dit, naar eigen zeggen als eersten, met het effect van welhaast het tegengestelde: verzoenende maatregelen. Bovendien kozen de twee sociologen een van de meest vooraanstaande wereldwijde conflictsituaties voor hun studie: de strijd tussen de Israëliërs en Palestijnen. Geweld door Palestijnen tegen Israëlische burgers werd in dit geval beschouwd als terrorisme, terwijl geweld van de Israëlische regering tegen Palestijnen werd beschouwd als vergeldingsacties.

Dugan en Chenoweth bestudeerden het wederzijdse geweld gedurende drie periodes: de eerste Intifada (1987-1993), de tweede Intifada (2000-2005) en de relatief vredige periode hier tussenin. Om te kijken hoe veel Palestijnse aanslagen er in deze periodes werden gepleegd, maakten de sociologen gebruik van de gegevens uit de Global Terrorism Database. De gegevens over Israëlische maatregelen, zowel gewelddadige als verzoenende, verzamelden de auteurs van de studie zelf. Ze filterden hiervoor informatie uit enkele honderdduizenden krantenberichten. Vervolgens koppelden de sociologen alle gevonden gegevens aan elkaar.

Averechts effect
Het beeld dat dit oplevert, is niet volledig eenduidig. De duidelijkste uitkomst is dat harde vergeldingsmaatregelen over het algemeen niet leiden tot een afname van het aantal terroristische aanslagen. Het kan het geweld juist verergeren. Dit blijkt, terugkijkend, vooral te gelden voor vergeldingsmaatregelen van de Israëlische regering die zich niet richtten op de daders van aanslagen, maar die het Palestijnse volk als geheel raakten. Na zulke maatregelen trad in de onderzochte periodes vaak een stijging van het aantal aanslagen door Palestijnen op.

Verzoenende maatregelen hebben ook niet altijd een gunstig effect. Tijdens de eerste Intifada en de vredesperiode in de jaren ’90 waren er in de maand na verzoeningspogingen, zoals vredesbesprekingen of het opheffen van sancties gericht tegen Palestijnen, soms juist meer aanslagen dan ervoor. Maar: dit verschijnsel blijkt vooral op te treden als er slechts een klein aantal verzoenende maatregelen werd genomen. Als er in een bepaalde periode meer van zulke maatregelen werden genomen, daalde het aantal aanslagen daarna. Bovendien blijken op basis van de onderzoeksgegevens verzoeningsmaatregelen tijdens de tweede Intifada een sterker positief effect te hebben gehad dan tijdens de andere onderzochte perioden.

Nadenken over alternatieven
Dugan en Chenoweth pleiten er op basis van dit onderzoek voor dat regeringen die te maken hebben met terrorisme, ook nadenken over andere maatregelen dan alleen harde vergelding. Verzoenende maatregelen, die mensen of brede groeperingen tevreden stellen, kunnen een sterker effect hebben op het voorkomen van verder terroristisch geweld. De sociologen benadrukken wel dat ze ook niet beweren dat dat je geweld nooit moet vergelden met geweld. Daders van aanslagen moeten volgens hen wel degelijk worden gestraft. Maar een bredere groep straffen voor het geweld van enkele individuen, roept – volgens dit onderzoek - regelmatig alleen maar meer weerstand op.

Ik vroeg de bekende Israëlische militair historicus Martin van Creveld om een reactie op het onderzoek. Hij gaf aan helaas geen tijd te hebben er uitgebreid op in te gaan, maar schrijft: ‘Ik geloof wel dat de IDF [Isreal Defence Forces, NB] rond het einde van de tweede Intifada een les hebben geleerd: “kill less, arrest more”’.’

Simplificatie
‘Voor zo ver ik weet is dit een van de weinige studies die met kwantitatieve data probeert aan te tonen dat geweld niet te bestrijden is met geweld, maar dat overheden ook andere, constructievere middelen hebben om terrorisme tegen te gaan’, laat de Nederlanse socioloog en terrorisme-deskundige Tinka Veldhuis weten. Zij is zowel kritisch als positief over het onderzoek van Dugan en Chenoweth. Haar kritiek richt zich vooral op ’t feit dat de Amerikaanse sociologen gebruik maken van model dat de werkelijkheid sterk simplificeert, de rationele-keuze benadering. ‘Deze modellen gaan er vanuit dat menselijk gedrag te sturen is door “straffen en belonen”, maar houden er vaak geen rekening mee dat mensen ook nog andere motivaties hebben. Zoals gevoelens van wraak, groepsdruk, vertrouwen in groepsleiders en onjuiste ideeën. Menselijk gedrag laat zich nou eenmaal niet vatten in wiskundige modellen. Verder gaat dit soort modellen er vanuit dat terroristische organisaties altijd precies weten wat hun doelstellingen zijn. Dat is niet altijd het geval. Ook hebben individuele leden vaak andere doelstellingen dan de groep als geheel.’

Toch sluiten de bevindingen van de studie volgens Veldhuis wel aan bij wat bekend is uit vakgebieden zoals de sociale psychologie. ‘Het is bijvoorbeeld bekend dat het uitvoeren van dwang en pressie weerstand oproept bij mensen en dat ze daardoor minder snel bereid zijn om zich op andere gedachten te laten brengen of mee te werken. Dit zien we ook bij re-integratie en de-radicalisering van extremisten, waar ik zelf onderzoek naar doe. Het werkt beter om hen op een niet-dwingende manier te confronteren met alternatieve opvattingen en ideeën en zo langzaam maar zeker twijfel te zaaien over hun eigen dogmatische gedachten. Datzelfde geldt voor overheden. Geweld leidt vaak tot geweld; op de lange termijn heeft het meer zin om de voedingsbodem van geweld te proberen weg te nemen, zeker als de frustraties breed gedeeld zijn onder de bevolking.’

Bron: Laura Dugan & Erica Chenoweth, Moving beyond deterrence: the effectiveness of raising the expected utility of abstaining from terrorism in Israel, in: American Sociological Review, augustus 2012. 

Ontdek meer in de special