Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
1 minuut - Koe

Pompen of verzuipen? In Nederland hebben we die keuze niet meer. We verzuipen langzaam, juist doordát we het water uit de veengebieden wegpompen. De bodem is op sommige plekken al 5 tot 10 meter gedaald. Hoe kan dat en hoe nu verder?

Nederland wordt wereldwijd bewonderd om zijn polders en vernuftige waterbeheer. Maar we lopen tegen een grens aan. In de veengebieden (bijna 10 procent van ons land) is de grond door de eeuwen heen op sommige plekken met een duizelingwekkende 5 tot 10 meter gedaald door ons ingrijpen. We zitten gevangen in een vicieuze cirkel. En de bodemdaling gaat maar door. Als we verder gaan op de huidige voet, zullen sommige gebieden in de komende 33 jaar meer dan 60 centimeter extra zakken.

Bodemdaling

Maatschappelijke kosten: ruim 20 miljard euro

De maatschappelijke gevolgen zijn groot. De schade van de voortschrijdende bodemdaling aan wegen, leidingen en funderingen wordt door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geschat op ruim 20 miljard euro in de komende 33 jaar: bijna 1200 euro per Nederlander. Die kosten zijn ongelijk verdeeld. Vooral woningeigenaren in bedreigde gebieden moeten vrezen voor rekeningen van tienduizenden euro’s voor funderingsherstel.

Bodemdaling en drooglegging als vicieuze cirkel

De bodemdaling in de Nederlandse veengebieden is een vicieuze cirkel. Het veen wordt ontwaterd zodat boeren hun akkers en weilanden op kunnen. Daardoor komt zuurstof bij de droge bovenlaag en verteren de plantenresten in de droge bovenste grondlaag. Daardoor zakt de grond met enkele millimeters tot enkele centimeters per jaar in. Die daling noopt tot steeds weer extra verlaging van het grondwaterpeil, zodat boeren het land kunnen blijven gebruiken. En die daling van het grondwaterpeil zorgt weer voor verdere bodemdaling, waardoor de grondwaterstand weer om laag moet, etcetera. Deze oneindige cyclus zorgt voor steeds meer bodemdaling.

Kaas als historisch gevolg van de molen

Oorspronkelijk waren de veengebieden moerassen. Door het water weg te pompen konden landbouwgewassen geteeld worden, maar daalde ook langzaam de bodem. Dit ging eeuwen lang goed totdat aan het begin van de Gouden Eeuw het land zoveel gezakt was dat de grondwaterstand te hoog was voor akkerbouw. Landbouwgewassen wortelen namelijk dieper dan gras en wortels groeien doorgaans alleen in de luchtige bodemlaag boven het grondwater.

Omdat akkerbouw niet meer mogelijk was in veengebieden, schakelden boeren over naar veehouderij. Met als gevolg ‘een laat-Middeleeuwse melkplas’, in de woorden van geoloog Gilles Erkens. En wat doe je als heel veel melk over hebt? Dan maak je kaas, want die kan je wél bewaren. Zo explodeerde de Nederlandse kaasproductie. Die twee typisch Nederlandse symbolen, kaas en molens, zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door met de molens de polders droog te leggen, daalde de bodem en legde Nederland zich toe op kaas maken.

Ook grote klimaatschade door drooglegging

De jaarlijkse CO2-uitstoot uit veengebieden door ontwatering is 7 miljoen ton CO2, berekenen het CBS en de WUR. Dat is 3,5 procent van het Nederlandse totaal en evenveel als 2,7 miljoen benzineauto’s in een jaar uitstoten. Ieder jaar. Een belangrijk deel van deze uitstoot wordt veroorzaakt door de verlaging van het grondwaterpeil voor de landbouw. Daardoor verteren de plantenresten in de droogkomende bodem: CO2-uitstoot. Friesland en Drenthe, waar het grondwaterpeil tot meer dan een meter onder het maaiveld wordt verlaagd, zorgen voor veel meer uitstoot dan bijvoorbeeld Noord-Holland, waar het waterpeil 30 tot 60 centimeter onder de oppervlakte ligt.

Oplossing: hoger grondwaterpeil

De meest voor de hand liggende oplossing om de bodemdaling en klimaateffecten van de drooglegging in veengebieden te beperken is verhoging van het grondwaterpeil. Dit ligt echter gevoelig bij boeren. Als de akkers en weides natter zijn, kunnen boeren er moeilijker met machines op en zakken koeien weg in de grond. Daardoor daalt de agrarische opbrengst. De uitdaging is dus een manier te vinden om de waterstand te verhogen zonder boeren hun brood uit de mond te stoten.

Onderwaterdrains als technisch compromis

Het aanleggen van onderwaterdrains is mogelijk in 40 procent van het veengebied. De bodemdaling wordt erdoor gehalveerd. Onderwaterdrains zijn dunne pijpjes die de sloot met het weiland verbinden. Hierdoor stroomt ’s zomers water uit de sloot naar het weiland en is de grondwaterstand er hoger. Dit is van groot belang omdat 80 procent van de vertering van de bodem in de zomer plaatsvindt, doordat de bodem dan droger is.

Natte landbouw als uitkomst

Een andere denkrichting is dat de landbouw zich qua productkeuze aanpast aan een hogere grondwaterstand. Bijvoorbeeld door 'natte' gewassen als cranberries, lisdoddes en veenmos te verbouwen. Van veenmos wordt hoogwaardige potgrond gemaakt. Ook het gebruik van kleinere koeienrassen is veelbelovend. Doordat ze minder zwaar zijn hoeft de waterstand voor bijvoorbeeld Jersey-koeien minder omlaag om te voorkomen dat ze de drassige weide vertrappen.

Cranberrystruik

Linksom of rechtsom

Doorgaan met diep droogleggen van veengebieden is duur en schadelijk voor de samenleving. Linksom of rechtsom zullen we oplossingen moeten bedenken waar alle betrokken partijen (onder meer boeren, woningeigenaren, wegenbouwer, natuurbeschermers) zich in kunnen vinden. Dat lijkt onvermijdelijk. Als we doorgaan op de huidige voet daalt de bodem op veel plekken sneller dan de zeespiegel stijgt.

Ontdek meer in de special