Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
rechtbank hamer court

CRISPR is niet alleen een revolutionaire techniek waarmee je heel gemakkelijk en exact aan levend DNA kunt sleutelen, het is ook een potentiële goudmijn. Na Amerika heeft ook Europa zich voor de eerste keer uitgesproken over welke universiteit de rechten ervan mag claimen. En die conclusie staat lijnrecht tegenover die van de VS. Het grootste twistpunt? Een celkern van enkele micrometers.

CRISPR-Cas is een bijzondere nuttige techniek voor wetenschappelijk onderzoek. Zo zou je er erfelijke ongewenstheden in levende wezens mee ongedaan kunnen maken of kanker bestrijden. Gisteren nog raadde de Gezondheidsraad de Nederlandse regering daarom aan om meer experimenten op menselijke embryo’s mogelijk te maken. Ook de commerciële toepassingen ervan zijn bijzonder talrijk. Denk bijvoorbeeld aan wat je er in de geneeskunde, dierenfokkerij, of land- en tuinbouw mee kan.

Eind vorig jaar berichtte De Kennis van Nu al over de verhitte Amerikaanse rechtszaak rond CRISPR. De twee hoofdrolspelers zijn de universiteit van Berkely (Californië) en het Broad Institute van Harvard en MIT. En hun strijd is nog altijd gaande.

Berkeley (met name onderzoeker Jennifer Doudna en Emmanuelle Charpentier) creëerde een eerste toepassing, geïnspireerd op het afweersysteem van bacteriën tegen virussen.* Doudna en haar team beschreven bovendien waarom de mens het CRISPR-proces ook op andere soorten cellen zou kunnen doen werken.

Bacteriecellen zijn echter zogenaamd prokaryotisch. Dat betekent dat het DNA in hun cel niet in een celkern zit. Cellen van mensen, planten en dieren hebben juist wel een celkern om hun DNA en zijn daarmee eukaryotisch. En iets na de toepassing van Berkeley was het juist het Broad Institute dat een toepassing ontwikkelde die bij eukaryotische cellen werkt.

Economische waarde Europees patent nog belangrijker dan Amerikaanse

In februari kwam een rechtbank in de Amerikaanse staat Virginia tot een oordeel. Het verschil tussen een prokaryotisch en eukariotische cel speelde hierbij een cruciale rol.

Tot groot ongenoegen van Berkeley beschouwde de rechtbank het niet als vanzelfsprekend dat de techniek van het Broad Institute op eukaryotische cellen automatisch het gevolg was van de ontdekking van Berkeley. Daarmee stelde de rechter dat de techniek van het Broad Institute zich voldoende van de ontdekking van Berkeley kan onderscheiden. Hoewel Berkeley als verliezer nu nog bepaalde patenten rond de techniek blijft behouden, liet de universiteit weten nog verdere juridische stappen te zullen nemen.

Het contrast bij ons in Europa kan voor Berkely niet groter zijn. Het Europese Octrooienbureau (EOB) besliste een aantal dagen geleden dat de CRISPR-toepassing op eukaryotische cellen wél teruggevoerd kan worden op de ontdekking van de universiteit. Het EOB heeft daarom de intentie om het Europese patent naar Berkeley te laten gaan.

Het EOB maakt als instelling geen deel uit van de Europese Unie, maar naast al de 28-EU landen (waaronder Nederland) zijn ook Turkije, Noorwegen en Zwitserland bij het bureau aangesloten. En aangezien de EU al de grootste economische markt op aarde is, kan de waarde van het Europese patent misschien nog belangrijker zijn dan die van de Amerikaanse variant. Vandaar dat het Broad Institute op haar beurt de beslissing aanvecht.

Jennifer Doudna

Diederik sprak eerder met CRISPR-ontwikkelaar Jennifer Doudna.

Wetenschappelijk onderzoek in gevaar?

Inmiddels zijn zo’n vijftig patenten in Amerika rond CRISPR toegekend. Sommige bedrijven betalen al rechten om de techniek te mogen gebruiken. Zij gaan nu een vervelende periode tegemoet. Gaat het complexe juridische getouwtrek dan ook geen beslag leggen op nieuw wetenschappelijk onderzoek?

“Voorlopig is dat nog niet het geval,” zegt Martina Cornel, hoogleraar genetica van het VU medisch centrum van Amsterdam. “De juridische onduidelijkheid zal nog wel even duren. En zolang dat het geval is, zijn Amerikaanse en Europese wetenschappers vrij om met CRISPR te experimenteren. Als die duidelijkheid er eenmaal is, moeten de universiteiten vaststellen wat ze met het patent willen doen, wie gratis licenties krijgt en waar anderen voor zullen moeten betalen.”

Cornel hoopte aanvankelijk ook dat geen enkele universiteit het patent zou krijgen. Op die manier zou vrij wetenschappelijk onderzoek rond CRISPR zeker blijven bestaan. Maar met een kluwen aan patenten is dat volgens haar ook nog altijd mogelijk. “Het kan altijd zijn dat de twee universiteiten met elkaar afspreken dat academisch experimenteren met CRISP vrij en gratis moet blijven,” zegt Cornel. “Die traditie komt in de universiteitswereld vaak voor. En wat betreft commerciële toepassingen is het ook geen zeldzaamheid dat bedrijven zich een weg door het juridische moeras aan patenten moeten banen.”

* Doudna en haar Berkeley-collega's zijn overigens niet de uitvinder van de naam CRISPR. Die komt uit de koker van microbiologen Ruud Jansen (Universiteit Utrecht!) en Francisco Mojica (Spanje).

Ontdek meer in de special