Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Yoghurtje

Probiotica veranderen niet de bacteriesamenstelling van de darmen, maar doen wel iets met de stofwisseling. We weten nog altijd niet of deze ‘goede bacteriën’ ook echt goed doen.


Op 21 mei 2010 kreeg Danone van foodwatch voor het zuiveldrankje Actimel de Gouden Windeitrofee voor de grootste misleider van het jaar. Het zuiveldrankje zou volgens de reclame door toegevoegde probiotica de weerstand versterken en zo verkoudheid en griep voorkomen, terwijl dit nooit is bewezen.

Probiotica zijn levende micro-organismen die een gezonde darmflora zouden stimuleren. Maar wat doen ze precies? Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat ze de bacteriesamenstelling van de darmen niet veranderen, maar de stofwisseling wel. Maar of dit je nou goed doet, slecht voor je is of niets uithaalt, dat is niet duidelijk.

Het onderzoek begon bij mensen: zeven eeneiige tweelingen aten zeven weken lang tweemaal daags een probiotisch yoghurtje. Er is gekozen voor tweelingen omdat deze, behalve dat ze dezelfde genen hebben, op jonge leeftijd ook ongeveer hetzelfde dieet en dezelfde omgevingsfactoren hebben gehad. Zoals verwacht had de samenstelling van de darmflora bij de tweelingen ook meer overeenkomsten van bij onverwante deelnemers.

Op bepaalde tijdstippen voor, tijdens en na de zeven proefweken zijn poepmonsters verzameld. Door kenmerkende stukjes DNA van bacteriën te vergelijken concludeerden de onderzoekers dat het eten van deze probiotica over tijd nauwelijks invloed had op de darmbacteriën. Sommige genen leken wel veranderd in hun activiteit, maar niet van alle microbiële genen was bekend waar ze voor dienen. Om hier meer duidelijkheid in proberen te krijgen zijn de onderzoekers overgegaan op muizen.

In de darmen van microbevrije muizen zijn vijftien verschillende soorten menselijke darmmicroben geplaatst, die de drie hoofdstammen van de menselijke darmbacteriën omvatten. Van deze micro-organismen was bekend waar hun genen voor coderen. De muizen kregen de vijf soorten bacteriën uit de yoghurt gevoerd, in vergelijkbare hoeveelheden als de tweelingen.

Net zoals bij het tweelingenonderzoek veranderde de microbensamenstelling na het eten van de microben weinig. Omdat bekend was welke genen voor welke eiwitten dienden, kon nu wel bepaald worden welke stofwisselingsprocessen veranderden.

Genen voor verwerking van koolhydraten en nucleotiden (bouwstenen van het DNA/RNA) bleken actiever, terwijl genen voor verwerking van aminozuren en lipiden juist minder enthousiast waren dan voorheen. De darmbacteriën gingen dus meer suikers en DNA afbreken, en minder eiwitten en vetten. Waarom? Dat weten de onderzoekers ook niet precies.

In hoeverre het muismodel voor de werking van darmbacteriën ook echt op mensen terug kan worden vertaald, is nog maar de vraag. Misschien zijn de 15 bacteriën niet representatief genoeg, of zitten er andere stoffen in de yoghurt die in het proces meespelen. Dit zal verder onderzocht moeten worden voordat er met duidelijkheid gezegd kan worden of probiotische middelen goed zijn voor (sommige) mensen.

Nathan P. McNulty, 'The impact of a consortium of fermented milk strains on the gut microbiome of gnotobiotic mice and monozygotic twins', Science Translational Medicine, 26 oktober 2011.