Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
martelingen martelwerktuig

De gevangenenbewaarders in de Abu Ghraibgevangenis waren niet de spreekwoordelijke 'rotte appels' in de mand. Ieder mens is in staat een ander mens te martelen, leert psychologisch onderzoek van de afgelopen veertig jaar.

 

 

 

 

Zou u er toe in staat zijn? Stapels bouwen van naakte gevangenen en er lachend bij poseren? Een Iraakse krijgsgevangene als een hond aan een riem voortslepen? Jazeker, zeggen Susan Fiske en collega’s van de Princeton universiteit. Ieder mens is in staat tot het martelen van een ander mens. En de Amerikaanse soldaten die zich te buiten gingen aan de onmenselijke handelingen in de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis, waren géén rotte appels. Met hetzelfde gemak had ú in hun schoenen kunnen staan.

Ieder mens een monster

Meer dan 25 duizend verschillende psychologische studies, waarbij in totaal 8 miljoen mensen waren betrokken, staven die conclusie, aldus hoogleraar psychologie Fiske deze week in het tijdschrift Science. Aan de gruweldaden en vernederingen die zich in de Abu Ghraibgevangenis afspeelden, lagen doodgewone sociale processen ten grondslag, betoogt Fiske. Het was zeker niet het werk van boosaardige enkelingen.
De juiste – of liever: de verkeerde – omstandigheden kunnen van ieder mens een monster maken. Fiske verwijst onder meer naar twee mijlpalen in het onderzoek naar de kwaadaardige inborst van de mens: het befaamde gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram en het al niet minder beruchte Stanford Prison Experiment. Beide experimenten belichten een kant van onszelf waar we liever de ogen voor sluiten.

Gehoorzaamheid in Milgrams experiment

Milgram zocht in de jaren zestig naar een verklaring voor de wreedheden die de Nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden begaan. Wat voor onmensen waren dat, die tot zoiets in staat waren? Heel gewone mensen, bleek uit Milgrams experiment dat menigeen tot introspectie dwong. Maar liefst 65 procent van de proefpersonen, gezonde mannelijke vrijwilligers tussen de 20 en 50 jaar, bleek in staat een ‘dodelijke’ stroomschok toe te dienen aan een onwillige ‘leerling’ – in werkelijkheid een medewerker van Milgram, en de stroomstootjes waren ook al nep. Opgejut door de leider van het experiment draaiden de ‘leraren’, die meenden te participeren in een onderzoek naar het effect van straffen op leergedrag en het geheugen, de elektrische spanning steeds verder op – althans, in die veronderstelling verkeerden ze. Slechts weinigen boden weerstand aan de opdrachten van de leider van het experiment, en weigerden hun medewerking.

Groepsdruk en 'wij-versus-zij'

Waar Milgrams experiment iets leert over de onthutsende slaafse gehoorzaamheid van de mens, werpt het Stanford Prison Experiment van Philip Zimbardo licht op het effect van groepsdruk en de kracht van het ‘wij versus zij’-denken. In de zomer van 1971 splitste Zimbardo een groep studentenvrijwilligers lukraak in wat uiteindelijk ‘bewakers’ en 'gevangenen' zouden worden. In een setting die doet denken aan het Big Brotherhuis, met camera’s en observerende psychologen, zouden de twee groepen twee weken lang aan hun lot overgelaten worden. Na zes dagen werd het experiment echter voortijdig afgebroken. De ‘bewakers’ waren zich te buiten gegaan aan vergaande sadistische handelingen en vernederingen, en de 'gevangenen' vertoonden alle verschijnselen van ernstige stress en depressie. Eén van de basisprincipes van de sociale psychologie is dat mensen zich vereenzelvigen met de groep ('wij') waartoe ze behoren, schrijft Fiske. Slecht gedrag wordt dan toegeschreven aan 'de anderen' – de buitenstaanders die met de wijsvinger als 'zij' wordt aangemerkt. En dat gevoel wordt nog eens versterkt als de 'anderen' een bedreiging vormen voor de normen en waarden die binnen de groep gekoesterd worden. Democratie bijvoorbeeld, of vrijheid van meningsuiting. Of, vanuit een ander perspectief, de stichting van een Islamitische staat. 

In het licht bezien van enkele decennia psychologisch onderzoek is het niet verwonderlijk dat de gevangenenbewaarders van de 800e militaire Brigade zich in de Abu Ghraibgevangenis te buiten gingen aan mishandelingen, vernederingen en martelingen, noteert Fiske. Alle voorwaarden waren aanwezig om het beestachtige gedrag van de bewakers te faciliteren, zo leren Milgrams onderzoek en het experiment van Zimbardo. Een ontmenselijkte vijand die de westerse verworvenheden tracht te ondermijnen, de druk van een groep, en het autoritaire militaire gezag wat niet anders dan gehoorzaamheid verdraagt. Iedereen kan in een monster veranderen, schrijft Fiske, als-ie maar genoeg wordt uitgedaagd en geprovoceerd. De voortdurende spanning van een oorlog, de verwachtingen van superieuren en de sociale druk van een groep kunnen ogenschijnlijk normale mensen aanzetten tot 'onverklaarbaar' wreed gedrag.

Is er ook een uitweg? Fiske denkt van wel. Grondig en gedegen wetenschappelijk onderzoek moet de wegen waarlangs het kwaad in de mens zich naar een weg naar buiten werkt, nauwkeurig vastleggen. Niet om individuen vrij te pleiten, maar om de oorzaken van onmenselijk gedrag te leren kennen en in de toekomst te voorkomen. Mensen in leidinggevende posities moeten bovendien kennis nemen van de omstandigheden die kunnen leiden tot abject gedrag zoals in de Abu Ghraibgevangenis, en zich hun eigen rol daarbij goed realiseren, meent Fiske. "De samenleving houdt individuen verantwoordelijk voor hun daden, maar de sociale psychologie leert ons dat we ook kameraden en superieuren aansprakelijk moeten stellen," schrijft Fiske. Autoriteit en sociale druk zouden juist aangewend moeten worden om dergelijke misstanden te voorkomen. 

Ook moet er veel werk gestoken worden in het slechten van de barrières tussen de 'wij'- en de 'zij'-groep. Zolang 'anderen' worden gezien als inwisselbare leden van een groep buitenstaanders – Moslims, Arabiëren, ongelovigen - is het gemakkelijker ze zonder aanziens des persoons te behandelen. Door ze in een gevangenis te mishandelen, of door met een vliegtuig de World Trade Towers binnen te vliegen. Dat verandert als 'de vijand' een gezicht krijgt en het verschil is zelfs op hersenscans te zien. Hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor gevoelens van walging en opwinding doven uit als 'de vijand' niet langer een amorfe groep is, maar verandert in afzonderlijke personen. Met moeders, zussen en kinderen. Het is daarom van groot belang dat Amerikaanse en Irakese troepen zij aan zij getraind worden en gezamenlijk de strijd in gaan, schrijft Fiske. Want het ligt minder voor de hand om een Irakees aan een hondenriem te leggen als je diezelfde middag nog met een andere Irakees op patrouille bent geweest in een gezamenlijke opdracht.

Jacqueline de Vree
Susan Fiske et al, ‘Why Ordinary People Torture Enemy Prisoners’, in: Science, 25 november 2004