Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
De Kennis van Nu TV | 21 november 2015, 19:20 uur NPO2

Zoönosen zijn ziekten die van dieren op mensen worden overgedragen.

Ebola en SARS zijn de bekendste, maar ook dichter bij huis zijn voorbeelden te vinden: vogelgriep, Q-koorts, de ziekte van Lyme. Liesbeth Staats gaat op zoek naar de ziekten die wij opdoen uit de natuur.

Aids, sars en ebola, het zijn drie heel verschillende epidemieën die één ding gemeen hebben: ze worden veroorzaakt door virussen die afkomstig zijn uit dieren. Aids komt van chimpansees, de andere twee van vleermuizen. Zulke ziekten heten zoönosen. Dieren dragen zulke virussen al honderdduizenden jaren met zich mee. Gastheer en virus zijn zo aan elkaar aangepast, dat ze geen last hebben van elkaar. Micro-organismen kunnen soms echter overspringen van dier naar mens. Zo’n nieuwe gastheer is niet gewend aan deze ziekteverwekker en kan daar ziek van worden.

Klik in de cirkels voor meer informatie.

Builenpest Miltvuur Vogelgriep Image Map

Oorzaken

Het lijkt erop dat er de laatste jaren steeds meer zoönosen de kop opsteken, zoals ebola, sars en vogelgriep. Dat heeft een aantal oorzaken. Eén daarvan is de toename van de welvaart in Azië. De middenklasse wordt rijker en kan zich vaker vlees veroorloven. De intensieve veehouderij groeit. Markten waar allerlei soorten levende vogels dicht op elkaar zitten, zijn voor virussen de uitgelezen plek om over te springen van de ene naar de andere soort. Op die manier is het H5N1-griepvirus aan het eind van de vorige eeuw in China overgesprongen van eenden via kippen naar mensen.  

Afrika

Het kappen van bos om ruimte te maken voor landbouw speelt ook een rol. Ziekteverwekkers die vroeger alleen diep in het bos voorkwamen, komen nu ineens in contact met de mens. Ebola kwam vroeger alleen voor op afgelegen plekken in Centraal Afrika. Omdat die gebieden zo dun bevolkt zijn, verspreidden uitbraken zich nauwelijks. Vorig jaar dook het virus ineens op in dichtbevolkte gebieden in West Afrika. Daar was de afgelopen decennia veel bos omgehakt om plaats te maken voor landbouw en kwamen mensen in aanraking met vleermuizen, de dragers van het ebolavirus. Door de hoge bevolkingsdichtheid en lichamelijk contact met zieken en overleden patiënten verspreidde de ziekte zich snel. 

Dicht bij huis

Je hoeft niet ver te reizen om een zoönose op te lopen; dichter bij huis wemelt het er ook van. Het gevaarlijkste dier van Nederland is de teek. Die brengt de Borrelia-bacterie over van bosbewoners als muizen en herten naar mensen. De bekendse ziekte die je zo kunt oplopen is de ziekte van Lyme, maar in Midden Europa zijn teken gesignaleerd die hersenvliesontsteking kunnen overbrengen. In 2009 werden in Nederland naar schatting ruim 1 miljoen mensen gebeten door een teek. Van hen gingen er 93.000 naar de huisarts en daarvan bleken ongeveer 22.000 besmet met Lyme.

Lyme

Terwijl in Azië en Afrika de vernietiging van de natuur de uitbraak van zoönosen bevordert, is in Nederland het verantwoorde natuurbeheer juist verantwoordelijk voor het oprukken van Lyme. Tot de jaren ’70 werden bossen flink bespoten met insecticiden. Er waren toen nauwelijks teken. Sindsdien wordt er niet meer gespoten en is het aantal teken en muizen flink toegenomen. Bovendien is het aantal herten in twintig jaar toegenomen van 20.000 naar 80.000. De verwachting is dat het aantal Lyme-gevallen de komende jaren alleen maar toeneemt, niet alleen omdat er meer besmette dieren en teken zijn, maar ook omdat wij in onze vrije tijd nu eenmaal zo graag de vrije natuur in gaan. 

Vogelgriep

Maar Lyme is niet de enige zoönose in Nederland. Vogelgriep is er bijvoorbeeld ook één: wilde watervogels zijn het reservoir van dit virus. Die kunnen het overdragen aan kippen. Van intensief contact met kippen kunnen mensen ziek worden. Meestal stopt de besmettingscyclus daar: besmetting van mens naar mens komt heel zelden voor. Maar het griepvirus muteert snel en het is mogelijk dat er een virusvariant ontstaat die niet alleen makkelijk van mens op mens overspringt, maar ook heel ernstige ziekteverschijnselen veroorzaakt. Dat was het geval bij de Spaanse griep, die in 1918 en 1919 wereldwijd meer dan 50 miljoen slachtoffers eiste. 

Hondsdolheid

Eén van de ernstigste zoönosen is rabies, ofwel hondsdolheid. Er bestaat geen geneesmiddel tegen. Wie besmet wordt door een beet van een geïnfecteerde hond, vos of vleermuis en niet binnen 24 uur preventief wordt gevaccineerd, is ten dode opgeschreven. Wereldwijd sterven er 55.000 mensen per jaar aan, waarvan 30.000 in Azië. Zonder de 15.000.000 preventieve vaccinaties na dierenbeten, zouden dat er honderdduizenden zijn.  

De enige wilde dieren in Nederland waarvan je hondsdolheid kunt krijgen, zijn vleermuizen. In het buitenland komt de ziekte veel meer voor, vooral onder straathonden. India is berucht, maar ook dichter bij huis, bijvoorbeeld in Oost Europa en Noord Afrika, zijn veel honden besmet. Wees dus voorzichtig met dat schattige straathondje in Roemenië. En mijdt die prachtige vleermuisgrot in Cambodja.